Skip to main content

Pijn

Definitie: een onaangename sensorische en emotionele ervaring die geassocieerd wordt met bestaande of dreigende weefselschade, of die daarop lijkt.


Pijn is een persoonlijke ervaring die naast de biologische schade, wordt beïnvloed door:

  • Psyche: catastroferende gedachten, jeugdtrauma, angst
  • Sociaal: cultuur, steun vanuit omgeving

Pijn kan de kwaliteit van leven (QoL) sterk verminderen, zeker bij chronische pijn. Aangezien pijn het herstel kan belemmeren moet hier aandacht voor zijn, liefst zo vroeg mogelijk.

Cijfers

Chronische pijn komt veel voor: ruim 1 : 4 volwassenen lijdt eraan, wat neerkomt op zo'n 3,5 miljoen Nederlanders. Vrouwen (31%) zijn vaker aangedaan dan mannen (18%). Bij 1 : 4 leidt het tot mentale klachten zoals depressieve gevoelens of angst. Een kwart wordt door de pijn belemmert in werk of dagbesteding. Dit alles brengt een grote kostenpost met zich mee. Recent onderzoek toont dat chronische pijn de samenleving circa €20 miljard per jaar kost.

Pijn & nociceptie

Pijn behoort tot de vitale sensibiliteit. Dit deel van het gevoelsysteem is een must voor de overleving en signaleert pijn, warmte, kou en grove tast. Heb je pijn? Dan is er een noodsignaal om je lichaam te beschermen tegen schade door je te stimuleren overgaan tot actie. Maar hoe kunnen we pijn bemerken en hoe komt dit signaal in ons brein? 


Nociceptie

In de huid, gewrichten en spieren zitten vrije zenuwuiteinden: nociceptoren. Dit zijn sensoren die gevoelig zijn voor harde druk, prikken, snijden, extreme temperatuur en stofjes die vrijkomen bij celschade zoals bradykinine of prostaglandines. Vanuit hier gaan de prikkels via gevoelszenuwen naar het ruggenmerg. Hier komen ze aan bij de achterwortel en gaat het direct over het midden naar de voorkant van het ruggenmerg. Van hieruit gaat het signaal via de tractus spinothalamicus naar de thalamus, het schakelstation van het brein, om bij de somatosensorische schors te komen. Hier registreren we de intensiteit, waar en wat voor nociceptieve pijn het is, bijvoorbeeld brandend of stekend.


Limbisch systeem

Daar waar de hersenschors pijn registreert geeft het limbische systeem en de insula er een emotionele lading aan. Zo koppelt de amygdala het aan emoties zoals angst of paniek, en zorgt het samen met de hippocampus dat pijnervaringen goed in ons geheugen worden opgeslagen. Kortom, dit systeem bepaalt hoe we pijn beleven.

Neuropathische pijn

Naast nociceptieve pijn, die ontstaat door prikkeling van de nociceptoren, bestaat er ook neuropathische pijn. Hierbij is het pijnsysteem beschadigd door schade aan of aanpassing van het zenuwstelsel bij lang aanhoudende pijn. Dit leidt tot aanpassing van pijndrempels en pijncircuits, welke op verschillende niveaus kan plaatsvinden:

  • Nociceptoren

Bij chronische pijn speelt de  axonreflex een belangrijke rol. Normaal gesproken beschermt deze reflex ons lichaam bij weefselschade. Maar wanneer het zenuwstelsel zelf beschadigd raakt, kan deze reflex hyperactief worden. Dit zorgt voor weefselirritatie. Hierdoor worden de nociceptoren gevoeliger (sensitisatie) en zullen ze bij de minste prikkel al een pijnsignaal afgeven. Daarnaast verspreidt de reflex via zijtakjes van de zenuw ontstekingsstoffen in zijn omgeving. Dit kan leiden tot allodynie en hyperalgesie.

  • Ruggenmerg
  • Hersenen


Termen

Sensitisatie: door aanpassing van het zenuwstelsel wordt de prikkeldrempel lager.

Gevolg:

Allodynie: niet-pijnlijke prikkel als pijnlijk ervaren

Hyperalgesie: 

- Pijnprikkel leidt tot ↗ pijn dan verwacht

- Pijngebied rondom schade breidt zich uit naar gezond weefsel. Hoe? Zenuwcellen in CZS komen met elkaar in contact > over tijd worden steeds meer zenuwcellen geprikkeld.

Referred pain

Bijzondere vorm van pijn

Ontstaat in een orgaan, maar wordt gevoeld als pijn op de huid.


Hoe kan dat?

Een autonome zenuw van een orgaan maakt een koppeling op hetzelfde neuron als een huidzenuw.

Hierdoor linkt het brein de pijnprikkel aan een specifiek huidgebied, een dermatoom & wordt wordt hier de pijn gevoeld.

Meetinstrument

Om een indruk van de pijnbeleving en/of het verloop te krijgen kunnen meetinstrumenten worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn de visueel analoge schaal (VAS) of Numeric Rating Scale (NRS). 


VAS: lijn van 10 cm waarbij links de laagste (0 cm) en rechts de hoogste score (10 cm) staat. De pijn kan worden aangegeven met een streep of deze aan te wijzen.


NRS: getallenschaal van 0 tot 10, waarbij 0 geen en 10 de ergst denkbare pijn is. De patiënt benoemt zijn pijnscore.

Behandeling

Pijngewaarwording 

Te beïnvloeden door medicijnen zoals anti-epileptica, anti-depressiva en lokale anaesthetica, maar ook door TENS.


Pijnbeleving 

Te beïnvloeden door uitleg, geruststelling, afleiding, ontspanning (endofines), veiligheid &  steun (oxytocine), mindfulness, gedragstherapie en medicatie zoals antidepressiva en anxioloytica.


Pijngedrag

Pijn evt. in combinatie met angst kan maken dat je minder gaat bewegen. Dit stijfheid in de hand werken wat leidt tot meer pijn en een vicieuze cirkel ontstaat. De behandeling: gedoseerd weer meer gaan bewegen. 


Pijnteam

Gezien pijn door vele factoren wordt beïnvloed is een holistische benadering aanbevolen. Een pijnteam kan dit doen doordat het bestaat uit verschillende experts:

  • Pijnspecialist: instellen pijnmedicatie, interventies (zenuwblokkade, ruggenmergstimulatie)
  • Neuroloog: checkt of beeld genoeg onderzocht & juist is
  • Revalidatiearts: patiënt leren omgaan met pijn & ⬈ eigen regie geven, toekomstplan maken
  • (Pijn)psycholoog: onderhoudende factoren zoals depressie of somberheid behandelen
  • Fysiotherapeut: kijken naar houding & bewegingspatroon, rek- & core oefeningen


💡Het pijnsysteem kan op verschillende manieren worden beïnvloedt, ook door jezelf!

 

Gedragstherapie

ACT

Acceptance: moeilijke emoties/gedachten/gebeurtenissen leren accepteren en niet te bevechten.

Commitment: doelen nastreven passend bij waarden die je écht belangrijk vindt, ook als je onderweg tegen moeilijke gedachten/gevoelens aanloopt. Voorbeeld: waarde - mijn lichaam respectvol behandelen, doel - vanaf morgen 3x per week tijdens de lunch 20' wandelen.

Therapy: actieve vorm van gedragstherapie

Je vergroot hiermee je psychologische flexibiliteit.

Medicatie

Medicatie wordt regelmatig niet op de juiste manier gebruikt. Daarom zal de arts de medicatielijst controleren en adviseren pijnstilling op vaste tijdstippen in te nemen.


Nociceptieve pijnstilling


Paracetamol

Belangrijkste basisproduct

Effect: pijnstillend, koortswerend

Werking: beïnvloedt CZS, maar onbekend via welk pad.

Voordelen: veilig, snel effect 

Dosering: 3-4dd 500-1000 mg per dag, max. 1 maand

Dosis aanpassen: >1 maand gebruik, levercirrose


NSAID's

Nonsteroidal anti-inflammatory drug

Effect: pijnstillend, koortswerend, ontstekingsremmend

Werking: remt COX-enzym > ➘ aanmaak prostaglandine 

Voordelen: relatief veilig, snel effect

Bijwerkingen: maagdarm # (maagzweer), ➘ nierfunctie, door vasthouden water & zout > ⬈ hartfalen & perifeer oedeem, ➘ trombocytenaggregatie > ⬈ bloedingsneiging

Voorkomen maagzweer:  ome- of pantoprazol (PPI) bij VG met ulcus of >70 jaar 


Dosering

Ibuprofen - tablet, 3-4dd 400-600 mg 

Naproxen - tablet, zetpil, 2dd 250-500 mg 

Diclofenac - tablet, 2-3dd 25-50 mg


Opioiden

Effect: pijnstillend

Werking: bindt aan opioïd-receptoren (µ, Κ, δ) in CZS 

µ: ↘ pijn via brein & hersenstam, trager ademen, euforie, verslaving, obstipatie, misselijk

Κ: ↘ pijn, suf, somber/prikkelbaar, pinpoint pupillen

Bijwerkingen tegengaan: naloxon - competitieve antagonist voor opiaatreceptoren

Alle opiaten activeren de µ-receptor. 

Verschil tussen opiaten? Bijwerkingen, hoe lang, snel & sterk het werkt 


Dosering

Fentanyl

µ-agonist, sterkere pijnstiller dan morfine

Toediening: neusspray (snelwerkend), lolly, zuigtablet, pleister

Indicatie: plotse doorbraakpijn, heftige pijn 


Oxycodon

OxyNorm: kortwerkend

OxyContin: langwerkend (MGA)


Morfine

µ, Κ & δ-agonist, ↘ pijn vooral door bezetten µ-receptor

Medicatie

Neuropathische pijnstilling


Tricyclische antidepressiva (TCA's)

Amitriptyline & nortriptyline zijn TCA's die in het ruggenmerg en brein de heropname remmen van: noradrenaline & serotonine. 

Gevolg: meer van deze signaalstoffen beschikbaar > activeert afdalende banen in het ruggenmerg > pijnsignaal wordt sterker geblokkeerd

Voordeel: helpt bij slapeloosheid, ⬊ bijwerkingen bij lage dosis


Selectieve serotonine-&-noradrenaline-heropnameremmers (SNRI's)

Duloxetine remt doelgerichter de heropname van serotonine en noradrenaline dan een TCA.

Voordeel: weinig effect op gewicht, behandelt pijn & stemming.

Nadeel: ⬈ bijwerkingen bij start


Anti-epileptica

Pregabalin & gabapentine verminderen gevoeligheid van overprikkelde zenuwcellen in brein en ruggenmerg door te binden aan calciumkanalen.

Gevolg: zenuwcellen hebben sterkere prikkels nodig om ze te activeren > komen tot rust > ⬊ pijn ervaren

Voordeel: snel & makkelijk ophogen

Nadeel: ⬈ bijwerkingen bij start

TENS

Vorm van neuromodulatie waarbij plakkers op het pijngebied worden aangebracht & stroomimpulsen afgeven. 


Werkingsmechanisme - Poorttheorie

Stroomimpulsen zetten snelle Aβ-vezels aan > poort in ruggenmerg sluit voor de trage (pijn)signalen vanuit de C-vezels > ⬊ pijn


Voordelen: niet-invasief, eigen regie, goedkoop (€)

Nadelen: korte & matig effect

Ruggenmerg stimulatie (SCS)

Werkt volgens hetzelfde principe als TENS, maar is een invasieve vorm van neuromodulatie. Elektroden in de epidurale ruimte geven direct bij de achterstrengen van het ruggenmerg stroomimpulsen af, waardoor de geleiding van pijnsignalen naar het brein wordt verstoord of geblokkeerd.

Indicaties: hevige diabetische neuropathie, Failed Back Surgery Syndrome

Voordelen: wordt vergoed, lang & constant effect

Nadelen: duur (€€€), risico's ingreep (infectie, elektroden verschuiven)


Intrathecale pijnpomp

Vanuit een onderhuidse pomp wordt er via een dunne slang continu sterke pijnstilling, zoals morfine, in het hersenvocht bij het ruggenmerg afgegeven. Het hersenvocht is van nature in beweging waardoor het medicijn bij de achterste hoorn kan komen en hier de kraan voor pijnsignalen naar het brein dichtdraait. Ook kan de pijnpomp zorgen voor pijnstilling via  zenuwwortels en wordt het gebruikt tegen spasticiteit door i.p.v. een opiaat een spierverslapper zoals baclofen te geven.

Indicaties: chronische pijn bij kanker, neuropathische pijn, Failed Back Surgery Syndrome, forse spasticiteit

Voordelen: omzeilt de bloed-hersenbarrière (BHB) & het maagdarmkanaal > ↘ medicatie nodig > ↘ bijwerkingen

Nadelen: lange proefperiode voordat implementatie, levenslange ZH-bezoeken om pomp bij te vullen, infectierisico (hersenvliesontsteking), katheter in rug is kwetsbaar > soms operatie nodig voor herstel.

Pijnrevalidatie

Voor wie?

Bij chronische pijn in het bewegingsapparaat, wat leidt tot problemen in dagelijkse functioneren.


Wat doen we?

In een team wordt gekeken naar factoren die bijdragen aan de pijnklachten:

 - Lichamelijk: beperkingen in ADL, hoge spierspanning door pijn of stress

- Psychisch: denken (catastroferende gedachten, aan welke oorzaken koppelt de patiënt de pijn), emoties (angst, depressie), motivatie

- Persoonlijkheid

- Omgeving: rol partner, gezin, bedrijfsarts

Aan de hand van de prognose van de ziekte, de beïnvloedbaarheid ervan en de hulpvraag van de patiënt wordt een behandelplan opgesteld.


Rollen

Team: adviseren, uitleg & evaluatie behandeling

Patient: veel zelfverantwoordelijkheid in behandeling


Doel

Patiënt leren omgaan met de pijn en de gevolgen op het ADL.


Behandelimodules

Lichamelijk herconditioneren: kracht, stabiliteit, coordinatie & balans trainen

Pijneducatie

Activiteiten opbouwen: eerst worden activiteiten uitgevoerd tot je niet verder kan. Zo komen we te weten wat patiënt aankan. Daarna wordt 70% van de activiteiten dagelijks 70% uitgevoerd. Na 2-3 dagen wordt dit met 5-10% verhoogd.

Exposuretherapie: activiteiten uitvoeren waar patiënt angst voor heeft > leren dat gevreesde gevolgen niet optreden > vermijding van activiteiten dooft uit.

Psychiater: voor diagnostiek, medicatie & psychotherapie

Beinvloeden omgevingsfactoren: door systeemtherapie, overleg met de bedrijfs- of verzekeringsarts