Skip to main content

Beweging handen

Onze handen zijn belangrijk om zelfstandig te kunnen functioneren. We gebruiken het tijdens het eten, drinken en aankleden, maar ook bij moeilijkere taken zoals zoals het huishouden of hobby's. Als de arm-handfunctie is aangedaan, is het vaak dan ook wenselijk om te proberen zoveel mogelijk functie terug te krijgen.


Voor de arm-handfunctie is het zicht het meest van belang. Hierdoor kan een handeling worden voorbereid en op veranderingen worden geanticipeerd. Daarnaast is proprioceptie, oftewel positiegevoel, nodig om de uitgangspositie van de arm en hand te kunnen bepalen voor planning van de beweging.

Fasen handbeweging

Het maken van bewuste bewegingen, zoals het pakken van een glas ranja, kan in 3 fasen worden opgedeeld.

1. Herkenning & lokalisatie van een voorwerp

Dankzij onze ogen, oren, het evenwichtsorgaan en andere sensoren kan de mens de plaats van het voorwerp ten opzichte van zichzelf bepalen. 


2. Bewegingsplanning

Na stap 1 wordt een bewegingsprogramma gekozen in de premotorische gebieden op basis van motivatie, het doel en de locatie van het voorwerp. 


3.Beweging uitvoeren

Als laatste kan de beweging worden uitgevoerd. Hierin is de primaire motorische schors belangrijk. Het start de beweging op en regelt hoe snel, de richting en hoe krachtig de beweging wordt uitgevoerd. Om de beweging goed te laten verlopen kan deze vanuit de kleine hersenen worden bijgestuurd.

Indeling handbeweging
naar de praktijk

Plaatsbepaling voorwerp

Om een bal te kunnen pakken moet je weten waar het ligt ten opzichte van jezelf.  Hiervoor heb je je ogen nodig en de juiste houding om het goed in beeld te krijgen. Eenmaal gefocust op het object blijft het beeld stabiel door de vestibulo-oculaire reflex, die maakt dat de ogen in de tegengestelde richting bewegen als het hoofd. 


Reiken

Reiken kan een baby al na 1 week. Reiken begint met een korte versnellingsfase, gevolgd door een lange vertragingsfase, om zo goed mogelijk een voorwerp te kunnen vast te kunnen pakken. Om te kunnen reiken is zicht belangrijk. Hierin is een hoofdrol voor de occipitaalkwab, oftewel achterhoofdskwab, weggelegd. Het verwerkt beelden en stuurt die door naar de parietale kwab, oftewel de wandbeenkwab, voor lokalisatie en de temporale kwab voor herkenning van het voorwerp. Als er in één van deze structuren schade is kan een object te hard worden vastgepakt of ernaast wordt gegrepen. Daarnaast vraagt reiken om evenwicht en voldoende beweeglijkheid van de schouder, elleboog & pols. 


Vastpakken

Belangrijk bij het grijpen is de stand van de hand ten opzichte van het voorwerp en timing van de vingerbewegingen. Hoe je iets vastpakt hangt af van waar het zich bevindt, maar ook van de grootte, vorm en consistentie. Door ontwikkeling van de tractus corticospinalis lateralis leren baby's tussen de 10-20 weken de vingers te gebruiken, waardoor het zich handgrepen aan kan leren.  


Er zijn 2 grepen te onderscheiden:

1. Precisiegrepen

Hierbij worden vingertoppen gebruikt.

Voorbeeld: pincet- of pengreep

Kenmerkend: snel aanpasbaar


2. Krachtgrepen

Hierbij bewegen de vingers naar de handpalm.

Voorbeeld: haak- of cilindergreep


Verplaatsen

Als is gelukt om een voorwerp vast te pakken, dan kan de laatste stap worden gezet: het verplaatsen van het voorwerp.